Afrikaanse Kunst Database

“De eigenaars van de grootste zwarte kunstdatabank ter wereld: “Als iemand iets weggooit en jij neemt dat mee: is dat dan roofkunst?”

13 April 2019 door Tekst: Kristof Bohez / Foto: Geert Van de Velde

Artikel bron: https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20190411_04315599

De eigenaars van de grootste zwarte kunstdatabank ter wereld: “Als iemand iets weggooit en jij neemt dat mee: is dat dan roofkunst?”
Foto: Geert Van de Velde

In een sober kantoortje in een buitenwijk van Brussel lopen jaarlijks 10.000 mails over ­Afrikaanse voorwerpen binnen. Vragen van ­handelaars, galeristen, musea of verzamelaars. Zelfs iemand met een beeldje op zolder kan een beroep doen op vader en zoon Van Rijn, ­beheerders van de grootste fotobib met ­Afrikaanse kunst. Guy (65) en Titus (27) weten waar dat masker aan uw muur vandaan komt, en willen na jaren stilte eindelijk hun stem ­laten ­horen tussen de roepers in het ­roofkunstdebat.

“In Parijs vond iemand een beeldje bij een vuilnisbak. Dat bleek vijf miljoen waard te zijn”Guy van Rijn

Eind vorig jaar kondigde ex-president Kabila aan dat Congo tegen de zomer een oproep voor restitutie – het teruggeven van geroofde kunst – zou richten aan België. En de Franse president Emmanuel Macron probeerde politiek te scoren door tientallen werken te beloven aan oud-kolonie Benin. Het bracht een verhit ­debat op gang. Alles teruggeven aan Congo!, klonk het ook bij Belgen na de heropening van het Belgische AfricaMuseum.

Als ze zoiets horen, zuchten ze ten huize Van Rijn. Heus niet alles wat uit de koloniën komt, is roofkunst, vinden vader Guy en zoon Titus van de African Heritage Documentation & Research Centre. Guy startte als ­jongeman met een fotoverzameling van Afrikaanse kunst, vandaag ­beheert zijn zoon Titus mee ’s werelds grootste fotocollectie, met liefst 165.000 ­files.

Guy van Rijn: “Toen ik rond m’n 17de naar Parijs ging en er m’n eerste foto’s maakte van objecten, dachten de handelaars: Die vader is bij z’n verstand, maar die zoon spoort niet. Je moet weten dat m’n vader en moeder destijds een galerie met etnische kunst runden in Amsterdam. Vader had me gevraagd om mee te werken in de zaak. Dat aankopen van spullen vond ik gezellig, maar dat verkopen was niks voor mij. Dus ging ik me ­specialiseren in documentatie.”

“Op een dag schoof zo’n Franse ­handelaar een stuk naar me toe. Weet je wat dit is?, vroeg-ie. Ja, en ik weet ook dat twee dezelfde exemplaren ­terug te vinden zijn in musea in Philadelphia en Boston. Vanaf die dag werd ik serieus genomen, omdat ze in mij iemand zagen die geld kon ­opbrengen.”

De eigenaars van de grootste zwarte kunstdatabank ter wereld: “Als iemand iets weggooit en jij neemt dat mee: is dat dan roofkunst?”
Foto: Geert Van de Velde

Hoe bepalen jullie de waarde van een ­kunstvoorwerp uit Afrika?

Guy: “Dat laten we aan de markt over, wij zijn geen handelaars. Wij ­onderzoeken herkomst, gebruik en context. Authentiek betekent voor ons: in het land van herkomst ­gemaakt, en daar ook gebruikt. Niet vergeten dat veel van de voorwerpen die vandaag als kunst beschouwd worden, oorspronkelijk gebruiks­voorwerpen waren.”

Titus: “Namaak komen we ­jammer genoeg ook tegen, voorwerpen die in water gedrenkt zijn om ze ouder te laten lijken. Dan moeten er koolstoftesten uitgevoerd worden om de ­werkelijke leeftijd vast te stellen.”

Wanneer is iets roofkunst?

Guy: “Hier denken mensen dikwijls dat álle objecten die uit Afrika komen, gestolen zijn. Terwijl Afrikaanse stamhoofden vroeger bijvoorbeeld vaak exemplaren van een stuk lieten bijmaken om, bewust van de ­commerciële waarde die zulke ­replica’s hadden, de kolonisator ­tevreden te stemmen.”

“In sommige regio’s gooiden Afrikanen ook maskers weg na een ritueel, of dreigden er dingen verbrand te worden. Is dat dan roofkunst, als ­Europeanen die zaken ­meenamen?”

Volgens Congolees ex-president ­Mobutu wel. Die riep tijdens zijn ­bewind in de ­vorige eeuw al op tot totale restitutie: ­alle Afrikaanse ­cultuurobjecten ­teruggeven aan het moederland.

Guy: “Mobutu was ook de man die bij bezoek van politieke gasten aan Kinshasa zomaar iets uit een museumkast haalde en het weggaf. Waardoor die dingen ­later circuleerden als koopwaar in Brussel. In eigen land deed hij ook eens zo’n oproep tot restitutie. Resultaat: zo’n duizend beelden die opdoken. Mensen hielden massaal dingen verborgen omdat ze bang waren om het kwijt te raken aan het regime.”

“Natúúrlijk is er in Afrika geroofd tijdens de koloniale periode. De eerste duidelijk kunstroof dateert van 1897. Britse troepen stalen toen meer dan 4.000 bronzen en ivoren objecten uit Benin City (vandaag Zuid-Nigeria, nvdr.). Die koningsvoorwerpen, de meeste zeker 100.000 euro waard, ­belandden zo ook in musea in en ­buiten Engeland.”

Titus: “In 2007 is men beginnen te praten over uitwisseling met Nigeria, iets wat er binnenkort van moet ­komen. Onder kenners – zowel in Afrika als in het Westen – is er ­consensus dat je dat het best op het ­niveau van instellingen kan aan­pakken, niet op dat van de politiek.”

De eigenaars van de grootste zwarte kunstdatabank ter wereld: “Als iemand iets weggooit en jij neemt dat mee: is dat dan roofkunst?”
Foto: Geert Van de Velde

Guy: “Sommige politici en media zijn zo Trump-achtig geworden. Er is geroofd. Maar van alle Afrikaanse voorwerpen die circuleren, is roofkunst een kleine minderheid.”

Volgens sommige bronnen bevindt 80 à 90 procent van al het Afrikaanse erfgoed zich buiten Afrika. Dat is héél veel.

Titus: “Die percentages zijn uit de context gerukt. Wat met Afrikaanse kunst die recentelijk gemaakt werd? Of oude rituele Afrikaanse dansen die nooit buiten het continent geraakt zijn, is dat geen erfgoed? We moeten ‘Afrikaans erfgoed’ niet ­definiëren door een westerse bril.”

Guy: “Niks op tegen om nog meer erfgoed in Afrikaanse musea te krijgen. Maar ik zeg altijd: Als je een vliegtuig laat opstijgen, moet er elders wel een plek om te landen zijn. Een museum moet goed uitgerust zijn om stukken te bewaren, te onder­houden, te verzekeren… Dat is niet overal zo.”

Neksteuntje

Het rijhuis van de familie Van Rijn, sinds 18 jaar in Brussel, heeft wat van een museum. In de woonkamer staan voorwerpen van mensen die hun ­aankoop laten onderzoeken, en eigen objecten waarvan er af en toe eentje verkocht wordt om de werking ­rendabel te houden. Giften laten de vzw ook leven.

Zijn er ook veel goudzoekers in jullie branche?

Guy: “Het is nu eenmaal een sector waar veel geld in omgaat. Vorig jaar is een neksteuntje geveild voor 1,2 miljoen euro. In Parijs vond iemand een beeldje bij een vuilnisbak dat vijf miljoen waard bleek. Onze vzw had dat geld ook graag gehad.” (lacht)

Hoe luidt het advies als iemand een geroofd voorwerp in huis blijkt te hebben?

Guy: “We waarschuwen de eigenaar, want het gaat zoals met vals geld: geef het uit en het komt toch ­terug bij jou. Roofkunst is iets waar je vooral níét mee bezig moet zijn. Vaak is de praktijk natuurlijk complexer dan de theorie, en blijkt iemand te goeder trouw zo’n stuk van een handelaar te hebben gekocht. Of, zoals we meemaakten, blijkt iemand iets te hebben gekocht dat ontvreemd werd uit een museum. Uit een belangrijk Europees museum. Ik maakte een ­afspraak met die museumdirecteur. Ik heb een hypothese, zei ik. Stél dat ik weet waar een masker zit dat bij jullie gestolen werd, en de eigenaar te bang is om het via de politie te regelen. Het antwoord luidde: Daar hebben we geen oplossing voor. (kijkt boven zijn bril uit)Andere hypothese, antwoordde ik. Stel dat u koffie gaat halen, en bij terugkeer het masker op uw bureau vindt? Tja, dan zou het weer ­opgenomen worden in de collectie. Ga nou maar koffie halen, zei ik, waarna ik dat masker ging halen. Veel beter toch dan dat de eigenaar dat stuk uit angst vernietigd zou hebben? Dat is het allerergste. Mensen, verniel alstublieft geen voorwerpen of ­beschrijvingen. Zo kunnen we dat prachtige erfgoed niet beschermen.”

Tijd voor een portretfoto. Guy poseert bij een versierde steunbalk van een oude Malinese woning. Op vraag van de fotograaf gaat Guy zitten in een praalstoel uit West-Afrika. Titus flankeert. Twee witte mannen over zwarte kunst. Dat dit roepers uit hun kot kan lokken, denken we hardop.

Titus: “Ik begrijp het als Belgen van mijn leeftijd met Congolese roots ­ervoor pleiten om alle kunst terug te sturen. Ze zijn trots op het land waar hun voorouders vandaan komen, zo’n oproep past in een bredere bewustwording. Alleen is het zo simpel niet. Als je beslist om dingen terug te ­geven, aan wie geef je ze dan? Aan de etnische groep waar het vandaan komt? Aan de familie van de hout­snijder? Degene die destijds een ­commissie kreeg om het te ver­handelen? Een emotioneel argument is in dit debat niet het beste.”

Als beleidsmedewerker bij Broederlijk Delen en Pax Christi staat Nadia Nsayi met één been in Congo. Zij zegt dat jongeren er vooral werk en een beter leven willen, veeleer dan oude kunst in een museum.

Guy: (knikt) “Arme mensen zijn niet begaan met kunst. Ook rijke Afrikanen zijn vandaag maar bij uitzondering geïnteresseerd in etnische kunst. Moderne Afrikaanse kunst of moderne westerse kunst zoals een Picasso, dát is wat ze meestal willen.”

“In New York had de directeur van de afdeling Afrikaanse kunst van een grote galerie enkele Afro-Amerikaanse artiesten uitgenodigd om over Afrikaanse kunst te praten, natuurlijk ook in de hoop dat die rijke jongens iets zouden kopen. Jay-Z en Snoop Dogg zaten mee aan tafel. Alles ging goed, tot één van die kerels plots vroeg wat men nou eigenlijk verwachtte. ­Afrikaanse kunst kopen? Denk je dat ik Afrikaan ben, misschien? Het was duidelijk: die oude kunst ­interesseerde hen helemaal niet.”

Hoe zien jullie de toekomst van oude ­Afrikaanse kunst?

Guy: “De meest ideale situatie is dat kunst gaat roteren in ­musea over ­continentale grenzen heen. De ­Afrikaanse landen die daar klaar voor zijn, kunnen meedoen. Een ­uitwisseling door musea, dus, in plaats van eenrichtingsverkeer ­richting land van herkomst.”

Titus: “Verspreiding is bovendien een garantie op overleven. Alles ­centraliseren kan gevaarlijk zijn, denk aan brand- of waterschade.”

Guy: “Ik hoop alleszins dat het debat rond de teruggave aan nuance wint. Het is niet zwart of wit. Er is héél veel grijs. Kunst die niet enkel in het land van herkomst zit, is van alle tijden. Niet alle werken van Rubens hangen in Antwerpen. Zo kan het ook met Afrikaanse kunst in Europa gaan.”

De eigenaars van de grootste zwarte kunstdatabank ter wereld: “Als iemand iets weggooit en jij neemt dat mee: is dat dan roofkunst?”
Foto: Geert Van de Velde

De vzw African Heritage Documentation & Research ­Centre wil graag uw oude kunstvoorwerpen fotograferen en documenteren. Contact via titusvanrijn@ahdrc.eu of david.norden@telenet.be die doorgeeft.

Drie keer heel kostbaar

Drie keer heel kostbaar
Foto R.R.

Uit de 165.000 stukken die het ­African Heritage Documentation & Research Centre documenteert, kiezen Guy en Titus van Rijn er drie met een verhaal.

1. Beeld (92 cm hoog) uit de Senufo-traditie in West-Afrika (een inspiratiebron voor Picasso) wordt ­beschouwd als een van de meest iconische oude ­Afrikaanse kunstwerken. Volgens de Senufo was de vrouw goddelijk. Het beeld werd in 2014 bij Sotheby’s in New York verkocht voor 12 miljoen dollar of 10 miljoen euro, daarmee het duurste stuk verkocht op een openbare veiling.

2. Houten masker gemaakt door de Songye, die ­eeuwen geleden oprukten vanuit het zuiden van huidig Congo. Een masker had meerdere functies, zoals boze geesten afschrikken of autoriteit uitstralen. ­Vermoedelijk was dit masker voor een vrouw, omdat er geen hoge kam op het hoofd staat. In Belgisch privébezit.

3. Relikwiebeeld uit het ­Gabon van voor 1920. Dankzij samenwerkende onderzoekers is de naam van de meester niet langer onbekend: ene Semangoy maakte meerdere ­varianten, met ook andere symbolen dan een mond in de hoofding. Elk beeldje is minstens 100.000 euro waard. Ook dit stuk is ­onderdeel van een Belgische privéverzameling.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.