Weergaloos, betoverend en brutaal geroofd

Teruggeven of niet: Congolees topstuk legt tweespalt binnen AfricaMuseum bloot

Na een jarenlange renovatie en heroriëntering ging het AfricaMuseum in Tervuren eind vorig jaar weer open. BELGA/BELPRESS
Na een jarenlange renovatie en heroriëntering ging het AfricaMuseum in Tervuren eind vorig jaar weer open. BELGA/BELPRESS

Weergaloze kunst, de expo waarmee het AfricaMuseum opnieuw de deuren opende, toont trots het spijkerbeeld Nkisi nkonde. Onderzoek toont glashelder aan dat alvast dit ene stuk brutaal geroofd werd. Tot driemaal toe werd het beeld teruggevraagd vanuit Congo. Vooralsnog zonder resultaat.

Door KARLIEN BECKERS ( De Morgen 9 Maart 2019)

Het spijkerbeeld Nkisi nkonde werd in 1878 meegenomen nadat een dorp door Belgen in brand was gestoken. PLUSJ, RMCA TERVUREN
Het spijkerbeeld Nkisi nkonde werd in 1878 meegenomen nadat een dorp door Belgen in brand was gestoken. PLUSJ, RMCA TERVUREN

‘Betoverende objecten uit het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.’ Zo luidt de ondertitel van Weergaloze kunst, de tijdelijke tentoonstelling die de heropening van het vernieuwde AfricaMuseum in Tervuren kracht moet bijzetten. De selectie wordt beschreven als ‘de artistieke wereldtop’. Daartussen: Nkisi nkonde, het spijkerbeeld dat je recht in de ogen staart wanneer je de ruimte binnenloopt. Dikke strengen touw hullen het beeld in een soort vreemde mantel.

Gecatalogiseerd onder ‘eo.0.0.7943’ legt het bijbehorend pamflet je uit dat aan de geest die in het beeld zou wonen magische krachten werden toegeschreven. Je kon iets wensen van het beeld, een nganga (priester) zou er dan een spijker in slaan. Als die bleef zitten, werd je verzoek ingewilligd.

Het beeld is onderwerp van een paper die Maarten Couttenier, historicus aan het AfricaMuseum, afgelopen zomer publiceerde. Gespecialiseerd in koloniale geschiedenis en de geschiedenis van musea, onderzocht hij de herkomst van het beeld.

Wat hij ontdekte, klinkt weinig fraai. Zo beschrijft Couttenier hoe Alexandre Delcommune, officier bij het koloniaal leger van Leopold II, in 1878 de dorpen rond Boma aanvalt, de latere hoofdstad van Leopolds speeltuin Kongo-Vrijstaat. In zijn memoires beschrijft Delcommune zelf hoe hij de dorpen om drie uur ‘s ochtends in brand steekt, en het beeld in de struiken vindt nadat de dorpelingen zijn weggevlucht. Niet lang na de aanval bieden plaatselijke stamhoofden de Belg geld aan om Nkisi nkonde terug te krijgen. Delcommune weigert. Sudderend conflict

In 1912 wordt het beeld als schenking opgenomen in de collectie van het museum. Wanneer het van 1967 tot 1969 als deel van een rondtrekkende tentoonstelling door de VS reist, inspireert dit de Zaïrese president Mobutu tot een vernieuwde vraag om het beeld terug te geven in een toespraak bij de VN (1973). In 2016 reist Couttenier voor zijn eigen studie naar de regio. Wanneer hij de lokale bevolking een foto van het beeld laat zien, wordt opnieuw gevraagd om Nkisi nkonde terug te geven.

Bij de heropening, in december vorig jaar, claimde directeur Guido Gryseels dat het museum voortaan een hedendaagse, kritische blik zou werpen op de koloniale geschiedenis. Dat het museum in zijn eerste expo trots blijft uitpakken met een beeld waarvan een eigen werknemer glashelder aantoont dat het geroofd is, is op zijn minst bizar. De kwestie met het spijkerbeeld legt een sudderend conflict bloot achter de museumschermen. Aan de ene kant staan de ‘vernieuwers’, die menen dat in Tervuren lang niet ver genoeg gegaan wordt. Anderzijds blijven er ook meer behoudsgezinde krachten, die elk debat over excuses en teruggave afblokken.

Opmerkelijk is alleszins dat Coutteniers onderzoek bij de huidige tentoonstelling niet vermeld wordt. Zowel de digitale brochure als het naamplaatje focust op het belang en de functie van het beeld. Stamhoofd Ne Kuko, de oorspronkelijke eigenaar van het beeld, wordt beschreven als “iemand waar Delcommune een conflict mee had”. De ‘inbeslagname’ werd door de plaatselijke leiders als “een gijzeling beschouwd”. Er wordt niet verder uitgeweid over de werkwijze van Delcommune, laat staan over de herhaalde vraag om het beeld terug te geven. Waarom niet?

“Ik vermeld Coutteniers’ onderzoek niet om verschillende redenen”, zegt Julien Volper, conservator in de afdeling Culturele Antropologie & Geschiedenis. Hij cureert de expo waar het beeld zich nu in bevindt. “Ten eerste zit er nooit een bibliografie bij. Ten tweede heb ik dit object ook zelf onderzocht, en daar verwijs ik ook niet naar. Ten derde is dit een tijdelijke tentoonstelling, met een bepaalde keuze, en zijn eigen thematiek. Ik vind dat de bezoeker niet enkel recht heeft op informatie over hoe het in de collectie is gekomen.” Volper wijst erop dat er in andere delen wel al de nadruk ligt op een dekoloniserende context. “Er zijn volgens mij meer genuanceerde manieren om aan dekolonisatie te doen.”

Moet het beeld terug? Ook Maarten Couttenier meent in zijn paper dat het antwoord lastiger is dan de vraag. Hij haalt de geopolitieke belangen, de emoties rond het debat en de praktische vragen aan, zoals waar de voorwerpen terechtkomen, hoe die bewaard zullen worden en het legale kader. Couttenier wil niet ingaan op verdere vragen over restitutie.

Curator Volper wil van teruggave niet weten. “Een samenleving is gebouwd rond rechtspraak”, zegt hij. “De Unesco-conventie over restitutie dateert uit 1970 en is niet retroactief. Beide landen hebben het verdrag geratificeerd. In die zin is er dus geen rechtmatige vraag voor restitutie mogelijk. De Tuin der lusten van Jheronimus Bosch hangt in het Prado in Spanje. Gaan we dat ook terugvragen?

“Of we het willen of niet, Congo was Belgisch. Die voorwerpen maken ondertussen deel uit van de Belgische geschiedenis. Teruggeven, in naam van wie, in naam van wat? Deze objecten zijn eigendom van de Belgische staat.” Nazisme

In Nederland hebben juist nu drie grote historische musea, waaronder het Tropenmuseum, beloofd dat ze koloniale roofkunst willen teruggeven. In België zijn we nog lang zo ver niet, blijkens de stellingname van bevoegde stemmen, zoals die van Julien Volper.

Volper mag gerust een hardliner in dit debat genoemd worden. Twee jaar geleden schreef hij er al een brief over aan de Franse krant Le Figaro met als veelzeggende titel “Laten we onze musea verdedigen”. In zijn tekst noemt hij mensen die voor restitutie pleiten “vijanden van de musea, die deze willen transformeren in tombes, ontdaan van hun schatten”. Zo argumenteert hij even verder dat ook de Joden niet alles terugkregen wat hen voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog onder het nazisme is ontnomen.

Er zijn ook andere stemmen, ook in of rond het AfricaMuseum. Vlak voor de heropening van het museum ondertekenden 36 Afrika-specialisten een open brief aan voormalig staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid, Zuhal Demir (N-VA). Ze vragen dat er afstand wordt gedaan van eigendommen die in Belgische handen zijn terechtgekomen door diefstal of plundering.

“Alles hangt af van wat je verstaat onder diefstal”, reageert Volper. Bovendien is hij ervan overtuigd dat slechts een klein aandeel van de collectie werkelijk met geweld is verkregen. Het grootste deel is gekocht of geruild. “Het museum in Tervuren bestaat al meer dan 100 jaar. Dat is een serieuze tijdspanne om een collectie uit te bouwen. Het klopt dat die objecten destijds minder geld kostten. Dat sommigen nu enorm in waarde zijn gestegen, is een gevolg van de markt.” Over een exact percentage van geruilde versus gestolen voorwerpen in de collectie kan hij zich niet uitspreken.

Van een teruggave van het spijkerbeeld kan volgens Volper geen sprake zijn. “Zelfs als dit stuk met militair geweld in onze collectie is gekomen. Het maakt nu deel uit van de geschiedenis van het beeld. We kunnen onmogelijk retroactief de misdaden uit het verleden gaan veroordelen met actuele wetgeving. Als dat het geval is, moeten we dan vragen dat de nakomelingen van bepaalde Congolese chefs die deelnamen aan de slavenhandel voor het tribunaal in Den Haag verschijnen voor de misdaden tegen de mensheid van hun voorvaderen? En als je met één stuk begint, komt er geen einde aan.” Ook wijst hij erop dat het dankzij de conservatie in Tervuren is, dat deze voorwerpen er überhaupt nog zijn. 114 werken teruggestuurd

In het debat rond restitutie wordt vaak geargumenteerd dat er geen geschikte musea zijn om de werken naar terug te sturen. Momenteel wordt er in Congo een nieuw nationaal museum gebouwd met financiering van Zuid-Korea. En in Rwanda viert het Nationale Museum dit jaar zijn dertigste verjaardag. Zou de aanwezigheid van adequate musea niets aan de Belgische houding moeten veranderen?

Tot nu toe werd er vooral gesproken over het digitaal ter beschikking stellen van de collectie. Ook door museumdirecteur Guido Gryseels. Volper sluit zich hierbij aan. “Als Congolese musea een uitbreiding van hun collectie wensen, dan ben ik absoluut bereid hen daarin te adviseren. Maar de artefacten zullen ze naar mijn mening moeten aankopen. Er is een aanbod op de kunstmarkt. Onder Mobutu zijn er overigens 114 werken op lange termijn uitgeleend aan Congo door het AfricaMuseum, daar blijven er vandaag nog 21 van over. Worden die dan ook gerecupereerd?”

Het AfricaMuseum heeft vooralsnog geen officieel standpunt ingenomen over een mogelijke teruggave. Operationeel directeur Bruno Verbergt, die namens het museum het woord voert over deze kwestie, erkent wel dat de geschiedenis van het spijkerbeeld beter gekaderd had moeten worden. “De teksten zijn door de mazen van het net geglipt”, zegt Verbergt, die bevestigt dat de teksten in alle andere tentoonstellingsruimten zijn nagekeken door externen.

Meerdere van deze experts, die het museum moesten adviseren over de diaspora, ondertekenden mee de open brief aan toenmalig staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid Zuhal Demir (N-VA). Anne Wetsi Mpoma is een van hen. De samenwerking met het museum eindigde in mineur, vertelt ze. “Op het moment dat we erbij werden gehaald, waren de grote beslissingen al genomen. Toen de samenwerking moeizaam verliep, werden er gewoon geen vergaderingen meer georganiseerd. Ik kreeg van afzonderlijke departementen soms teksten toegestuurd, waar ik dan correcties in aanbracht. Om dezelfde tekst vervolgens nog eens toegestuurd te krijgen, zonder dat er rekening werd gehouden met mijn opmerkingen. Er was geen enkele verplichting om rekening te houden met ons advies, en als de ene afdeling het advies volgde, dan keurde de andere afdeling die weer af”.

Het kabinet van Minister voor Wetenschapsbeleid Sophie Wilmès (MR) reageert: “De minister weet dat er gesprekken zijn tussen de verantwoordelijken van het Nationaal Museum van Congo, de Universiteit van Kinshasa en het AfricaMuseum.” Ze zegt de dialoog aan te moedigen.

———-Praktisch———–

The AfricaMuseum previously The Royal Museum for Central Africa or RMCA, colloquially known as the Africa Museum, is an ethnography and natural history museum situated in Tervuren in Flemish Brabant, Belgium, just outside Brussels. It was first built to showcase King Leopold II’s Congo Free State in the 1897 World Exhibition.

Address: Leuvensesteenweg 13, 3080 Tervuren Belgium

Director:Guido Gryseels (2001–) Founded: 1898

https://www.africamuseum.be/

Op Pagina 2 : België en Europa worstelen met koloniale roofkunst

Le Butin De Storms doit-il être restitué ?

On peut se poser la question si le la tête trophée et les objets volé a lépoque par Storms doivent être rapatriés au peuple Tabwa.
Le retour de Lusinga Iwa Ng’ombe

Dans une boîte qui se trouve à l’Institut Royal des Sciences naturelles de Belgique repose le crâne de Lusinga lwa Ng’ombe. Le 4 décembre 1884, ce puissant chef tabwa qui vivait dans la région du lac Tanganyika fut décapité lors d’une expédition punitive commanditée par Emile Storms. Ce militaire belge, autrefois décoré, aujourd’hui oublié, dirigeait la 4ème expédition de l’Association Internationale Africaine. Il faisait tuer les chefs rebelles et il se constituait une collection de crânes pour impressionner ses ennemis. A la fin de son séjour en en Afrique, Storms ramena le crâne de Lusinga mais aussi ceux de deux autres chefs locaux (Mpampa et Marilou). Alors qu’ils sont toujours conservés en Belgique, ces restes humains invitent à un travail de mémoire sur des crimes qui ont été commis au nom de la « civilisation » dans les premiers temps de la colonisation. Ils questionnent aussi notre présent. Peut-on se contenter d’une muette solution de « stockage » dans un musée ? La Belgique ne doit-elle tout mettre en œuvre pour rendre possible le retour de ces restes humains en Afrique? Le « butin » de Storms fut aussi constitué de plusieurs statuettes qui font partie des “trésors” du Musée Royal de l’Afrique centrale à Tervuren…

Le gouvernement belge favorable à une restitution du crâne de Lusinga!

Un article publié par Michel Bouffioux sur le site Paris Match.be, le 30 mars 2018

Trouvé sur :https://parismatch.be/actualites/132376/exclusif-crane-de-lusinga-le-gouvernement-belge-favorable-a-une-restitution-des-restes-humains

Zuhal Demir, la Secrétaire d’Etat à la Politique scientifique du gouvernement belge, se dit favorable à une évolution législative permettant la restitution aux familles congolaises apparentée…

Zuhal Demir (N-VA), la Secrétaire d’Etat à la Politique scientifique du gouvernement belge, se dit favorable à une évolution législative permettant la restitution aux familles congolaises apparentées des crânes qui ont été « collectés » par un militaire belge pendant les premiers temps de la colonisation.

Entre 1882 et 1885, le militaire belge Emile Storms commandait la 4ème expédition de l’Association Internationale Africaine dans la région du lac Tanganyika. Lorsque des chefs locaux refusaient de se soumettre à son autorité, ils étaient l’objet d’expédition punitives. Certains d’entre eux ont été décapités et leurs villages ont été incendiés et pillés. Storms faisait collection des crânes de ses ennemis. Il en ramena trois en Belgique. L’enquête publiée le 22 mars 2018 par Paris Match Belgique retraçait le parcours de ces restes humains et particulièrement de ceux appartenant à Lusinga lwa Ng’ombe, un puissant chef Tabwa qui eut la tête tranchée le 4 décembre 1884 alors que ses villages étaient réduits en cendre, que plusieurs dizaines d’habitants étaient assassinés par des mercenaires, que plus d’une centaine d’autres personnes étaient capturées sans que l’on sache ce qu’elles devinrent et que des femmes étaient victimes de viols collectifs…

En 2018, le crâne de Lusinga, ramené en Belgique par le commanditaire de ces crimes, se trouve conservé dans une boîte à l’abri des regards, au sein de l’Institut Royal des Sciences naturelles de Belgique (IRSNB) à Bruxelles. Il en va de même pour un deuxième crâne, celui d’un autre chef insoumis qui s’appelait Marilou. Le troisième crâne de la « collection Storms », celui d’un prince appelé Mpampa, a disparu.

Dans le cadre de l’enquête de Paris Match Belgique, la directrice de l’IRSNB, Camille Pisani s’était déjà déclarée favorable à une restitution de ces restes humains en cas de demande d’une famille congolaise apparentée. Toutefois ces crânes sont légalement la « propriété » de l’État belge dont le patrimoine est inaliénable. Le chemin d’une éventuelle restitution, une première en Belgique, passe par l’adoption de dispositions législatives spécifiques.
« Ces crânes ne sont pas des objets de musée »

Nous avons cherché à connaître la position du gouvernement belge sur ce débat à forte teneur éthique et symbolique. C’est la secrétaire d’État à la politique scientifique, Zuhal Demir (N-VA) qui est compétente dans ce dossier car elle assure la tutelle des Établissements scientifiques fédéraux dont l’IRSNB fait partie. Après avoir lu notre enquête, la secrétaire d’État nous a fait savoir qu’elle était « très choquée » par les faits d’une extrême violence qui ont conduit, in fine, à l’aboutissement de ces restes humains dans un musée en Belgique. « Nous ne sommes pas responsables de ce qui s’est passé il y a plus de cent ans, mais nous le sommes de ce que nous faisons de ces restes humains aujourd’hui », nous dit-elle, via sa porte-parole. Elle ajoute : « Clairement, ces crânes ne sont pas des objets de musée. Ce sont des restes de personnes humaines identifiées. Nous leur devons le respect. Dès lors, si une famille congolaise apparentée devait les réclamer, je serais favorable à une évolution du cadre légal afin de permettre leur restitution. » La secrétaire d’État estime enfin que si une telle restitution devait avoir lieu, elle devrait se faire dans le cadre d’une « cérémonie officielle » afin que la Belgique contemporaine témoigne d’une « attitude respectueuse » à l’endroit des familles concernées et qu’elle prenne clairement ses distances par rapport aux faits qui ont été commis.

Des descendants de Lusinga ou de Marilou se manifesteront-ils ? L’avenir nous le dira…